Naar hoofdinhoud
1.. voor de belastingen als bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2 geldt: 2.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking in zoverre van onderdeel a, geldt ingeval een machtiging tot automatische incasso is verstrekt en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing en/of andere heffingen meer is dan € 50,--, doch minder dan € 4.540,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 4.. In afwijking in zoverre van onderdeel a, geldt ingeval een machtiging tot automatische incasso is verstrekt en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing en/of andere heffingen minder is dan of gelijk is aan € 50,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 5.. Voor de belastingen als bedoeld in artikel 5, lid 3 geldt dat deze terstond betaald dienen te worden. 6.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de leden 1 en 2 gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel