De verordening verstaat onder:
**a..** aanvrager: degene die een aanvraag om een omgevingsvergunning en/of een aanvraag om een herziening van een bestemmingsplan of om een wijzigings- of uitwerkingsplan, indient;
**b..** besluit: besluit als bedoeld in artikel 3.30 lid 1 van de Wro;
**c..** bestemmingsplan: een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wro of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van de Wro;
**d..** coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de coördinatieregeling van Afdeling 3.6 van de Wro;
**e..** gemeentelijk ruimtelijk beleid: ruimtelijk beleid zoals neergelegd in ruimtelijke visies, ruimtelijke (/stedenbouwkundige) plannen, startnotities, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten;
**f..** omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wabo;
**g..** uitwerkingsplan: een uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wro;
**h..** Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
**i..** wijzigingsplan: een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wro;
**j..** Wro: Wet ruimtelijke ordening.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.