Arbeidsbemiddeling
De gemeente biedt een inwoner in de vorm van arbeidsbemiddeling ondersteuning aan bij het vinden van betaald werk.
Het doel van de arbeidsbemiddeling is de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te benutten, al dan niet met de inzet van aanvullende, ondersteunende voorzieningen.
Proefplaatsing
De gemeente biedt een inwoner, bij wijze van proef, de mogelijkheid tijdelijk en met behoud van uitkering te werken bij een werkgever.
Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk.
Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal zes maanden, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk.
De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de werkzoekende goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om de werknemer te begeleiden.
De proefplaatsing duurt maximaal drie maanden, als dat voor de werkgever noodzakelijk is om een goed beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner.
Werkervaringsplaats
Tijdens een werkervaringstraject wordt, met behoud van uitkering, gewerkt aan het ontwikkelen van de competenties en werknemersvaardigheden die nodig zijn om de kans op de arbeidsmarkt te vergroten. Dit is in de vorm van een leerplek en vindt bij voorkeur plaats bij een werkgever.
De werkervaringsplaats duurt maximaal drie maanden.
Loonkostensubsidie
De gemeente kent de werkgever een loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.
Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en de werkgever te compenseren bij verminderde productiviteit van een werknemer.
De gemeente stelt, met behulp van Dariuz Works Loonwaardemeting, vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen en behoort tot de doelgroep van de wettelijke loonkostensubsidie. In het geval van beschut werk levert het UWV advies over de loonwaarde.
De werknemer die tot de doelgroep van de wettelijke loonkostensubsidie behoort, maakt aanspraak op begeleiding op de werkplek.
De gemeente verstrekt geen loonkostensubsidie aan de werkgever indien de werknemer recht heeft op een uitkering ingevolge artikel 29b van de Ziektewet.
Begeleiding/jobcoach
De gemeente biedt een inwoner begeleiding op de werkplek door middel van een jobcoach of verstrekt de werkgever daarvoor een vergoeding als de inwoner extra begeleiding nodig heeft.
Het doel van de begeleiding/jobcoach is dat een werknemer wordt begeleid naar een situatie waarbij hij uiteindelijk zonder begeleiding bij een reguliere werkgever werkzaam kan zijn.
De gemeente hanteert voor begeleiding/jobcoaching de uurvergoeding, exclusief btw, die het UWV hanteert. Wijzigt het UWV de uurvergoeding, dan neemt de gemeente die wijziging over.
De gemeente spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en legt dit vast in een overeenkomst met de werkgever.
De begeleiding/jobcoaching duurt in eerste instantie zes maanden en kan halfjaarlijks worden verlengd tot maximaal 36 maanden.
Scholing
De gemeente biedt een inwoner scholing aan, als die scholing nodig is om de stap naar werk te maken.
De gemeente bepaalt de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op de mogelijkheden van de inwoner en zijn positie op de arbeidsmarkt. De scholing betreft geen hoger beroeps- of universitair onderwijs en beslaat een periode van maximaal twee jaar.
Er kan geen scholingstraject worden aangeboden aan personen die jonger zijn dan 27 jaar en uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen als bedoeld in artikel 7, lid 3, onderdeel a van de Pw.
Individuele studietoeslag
De gemeente biedt studietoeslag aan een inwoner, die op de datum van de aanvraag 18 jaar of ouder is en van wie is vastgesteld dat hij of zij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijke minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft..
De studietoeslag bedraagt € 1.000,- en wordt eenmaal binnen een periode van twaalf maanden verstrekt en in één keer uitbetaald, bij aanvang van het studiejaar.
Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden afgerond op hele euro’s.
Ondersteuning bij leer-werktraject
De gemeente kan een voorziening aanbieden aan een persoon uit de doelgroep voor wie, naar het oordeel van de gemeente, een leer-werktraject noodzakelijk is, voor zover deze voorziening nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft:
van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd of
van achttien tot zevenentwintig jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.
Participatieplaats
De gemeente biedt een inwoner die algemene bijstand ontvangt en weinig kans heeft op werk een participatieplaats aan zoals bedoeld in artikel 10a van de Pw. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente , de werkgever en de inwoner.
Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht.
Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
De inwoner kan na iedere zes maanden een premie van € 125,- ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De gemeente beoordeelt dit.
Beschut werk
De gemeente biedt de voorziening beschut werk alleen aan als door het UWV is beoordeeld dat de persoon uitsluitend in een beschutte omgeving, onder aangepaste omstandigheden, mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
De datum van het (positieve) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod voorziening beschut werk.
Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekkingen is beperkt tot het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het rijk, of het aantal dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
Wanneer het aantal (positieve) adviezen van het UWV het, in enig jaar, te realiseren aantal dienstbetrekkingen overtreft, kan de gemeente in overleg met betrokkene(n) een andere voorziening inzetten tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt. Hiertoe behoren sociale activering, scholing, persoonlijke ondersteuningen maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie.
Om de in artikel 10b, eerste lid PW, bedoelde voorziening van beschut werk mogelijk te maken en te laten voortduren, zet de gemeente waar nodig de volgende voorzieningen in: begeleiding, scholing of (fysieke) aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, werktempo of arbeidsduur.
Ondersteuning zelfstandigen
De gemeente biedt ondersteuning aan inwoners, die een eigen onderneming willen starten.
Deze ondersteuning, in de vorm van advies, begeleiding en financiële hulp, wordt in opdracht van de gemeente uitgevoerd door het Bureau Zelfstandigen in Hilversum. Het resultaat van de beoordeling kan ook inhouden dat een inwoner geen ondersteuning voor het starten van een onderneming ontvangt.
Kinderopvang
De gemeente vergoedt de kosten van kinderopvang die voor rekening blijven van de inwoner als de inwoner meedoet aan een activiteit die nodig is om dichterbij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan.
De hoogte van de vergoeding bedraagt het verschil tussen de werkelijke kosten van de kinderopvang en de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Om voor deze vergoeding in aanmerking te kunnen komen is het vereist dat de Belastingdienst kinderopvangtoeslag voor het betreffende kind/de betreffende kinderen aan de inwoner verstrekt.
Het uurtarief voor dagopvang dat voor vergoeding in aanmerking komt bedraagt maximaal 105% van het maximale uurtarief dat wordt vastgesteld door de Belastingdienst.
Voor buitenschoolse opvang bedraagt de vergoeding maximaal 115% van het maximale uurtarief dat door de Belastingdienst is vastgesteld.
Andere voorzieningen en vergoedingen
De gemeente zet andere voorzieningen in als dat nodig is om de kans op werk te vergroten.
De gemeente kan de kosten vergoeden die de inwoner moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk (zoals bijvoorbeeld mobiliteitskosten).
Nazorg
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner, die aan het werk gaat, gedurende een termijn van drie maanden nadat de uitkering is beëindigd, ondersteund en begeleid wordt als dit nodig is om het werk te kunnen doen.