Naar hoofdinhoud
1.. Bij het indienen van een aanvraag voor algemene bijstand dient de belanghebbende een document te overleggen waaruit blijkt dat hij aan de taaleis voldoet, tenzij: hij gedurende de leerplichtige leeftijd tenminste 8 jaar in Nederland heeft gewoond; hij kan aantonen dat hij gedurende 8 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd; hij een inburgeringsdiploma kan overleggen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering; of tijdens een eerdere periode van bijstandsverlening is vastgesteld dat hij aan de taaleis voldoet. 2.. Een document als bedoeld in het eerste lid kan zijn: een diploma van een Nederlandstalige school in Nederland, de Nederlandse Antillen, Suriname of Vlaanderen; een diploma van een MBO-, HBO-, of universitaire opleiding in Nederland of Vlaanderen; een diploma van een opleiding Nederlands gevolgd buiten Nederland; een beschikking of een rapportage van een vorige gemeente die bijstand aan de belanghebbende heeft verstrekt en waaruit blijkt dat hij voldoet aan de taaleis; of enig ander document waaruit blijkt of afdoende kan worden afgeleid dat de belanghebbende voldoet aan de taaleis. 3.. Indien de belanghebbende voldoet aan de taaleis, wordt hem dit meegedeeld in het besluit waarmee hem de bijstand wordt toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel