Naar hoofdinhoud
1.. De belanghebbende die zijn taalvaardigheid niet aantoont, legt een taaltoets af om vast te stellen of hij de vaardigheden in de Nederlandse taal beheerst op referentieniveau 1F. 2.. De taaltoets wordt afgenomen zodra blijkt dat de belanghebbende zijn taalvaardigheid niet aantoont. Deze taaltoets zal worden afgenomen zodra er minstens vier kandidaten zijn voor het afleggen van de taaltoets. 3.. Indien de belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan het afleggen van een taaltoets, wordt zijn bijstandsuitkering verlaagd volgens het hierover bepaalde in de Afstemmingsverordening. 4.. De taaltoets zal worden afgenomen door een daarvoor bevoegde organisatie. Zij zullen op locatie Loopbaanplein de toetsen komen afnemen voor ten minste 4 belanghebbenden en maximaal 8 belanghebbenden per toetsmoment. De toets bestaat uit mondelinge onderdelen (spreekvaardigheid, luistervaardigheid en gespreksvaardigheid) en schriftelijke onderdelen (schrijfvaardigheid en leesvaardigheid). 5.. De onderdelen van de taaltoets worden afgenomen door gekwalificeerde toetsers. De mondelinge onderdelen spreekvaardigheid en gespreksvaardigheid worden individueel afgenomen. Het onderdeel luistervaardigheid wordt mondeling afgenomen. De onderdelen schrijfvaardigheid en leesvaardigheid worden op papier afgenomen. Binnen vijf werkdagen na de afname van de taaltoets zal een rapportage met de resultaten van de belanghebbende worden verstuurd naar de SDOA en de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel