Het taaltraject dat de belanghebbende zal volgen, wordt door het Dagelijks Bestuur vastgelegd in een taalplan. Het taaltraject wordt afgestemd op:
het startniveau van belanghebbende;
de voortgang en de inspanningen die van hem mogen worden verwacht; en
de ondersteuning die het Dagelijks Bestuur biedt ter bevordering van het taaltraject.
De voortgang en de inspanningen die van de belanghebbende mogen worden verwacht, worden in ieder geval afgestemd op;
zijn capaciteiten;
zijn omstandigheden; en
zijn toekomstige mogelijkheden op reguliere arbeid.
In het taalplan wordt verder vastgelegd op welke momenten het Dagelijks Bestuur opnieuw een taaltoets zal afnemen. Dit zal in ieder geval plaatsvinden 6 maanden én 12 maanden nadat belanghebbende is meegedeeld dat het redelijk vermoeden bestaat dat hij niet of niet in voldoende mate de Nederlandse taal beheerst.
Het taalplan wordt door de belanghebbende ondertekend. Indien de belanghebbende zijn taalplan niet ondertekent, neemt het Dagelijks Bestuur aan dat hij zijn bereidverklaring intrekt. Dit betekent dat het Dagelijks Bestuur een besluit neemt waarbij het de bijstand verlaagt volgens artikel 18b, eerste lid, van de wet, met ingang van de datum waarop het de belanghebbende heeft meegedeeld dat het redelijk vermoeden bestaat dat hij niet of niet in voldoende mate de Nederlandse taal beheerst.
Het Dagelijks Bestuur kan het taalplan opnemen in het plan van aanpak of het werkplan dat het Dagelijks Bestuur voor de belanghebbende opstelt in het kader van zijn re-integratie.
De belanghebbende kan worden ondersteund door het inzetten van formele of informele taaltrajecten om het vereiste niveau te behalen. Dit wordt afgestemd door de klantmanager in het taalplan.