**1..** De burgemeester kan bij de volgende strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen binnen de gemeentegrenzen een gebiedsontzegging (wijkverbod) op grond van artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening Krimpen aan den IJssel 2018 (APV) opleggen.
Artikel 2:1 APV Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:9 APV Straatartiest
Artikel 2:44 APV Vervoer van inbrekerswerktuigen
Artikel 2:47 APV Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48 APV Verboden drankgebruik
Artikel 2:49 APV Verboden gedrag bij of in gebouwen
Artikel 2:50 APV Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:74 APV Drugshandel op straat
Artikel 2:74a APV Openlijk drugsgebruik
Artikel 2:74b APV Weggooien van spuiten e.d.
Artikel 2:78, lid 5 APV Verbod zich te gedragen in strijd met gebiedsontzegging (wijkverbod)
Artikel 3:19 APV Straatprostitutie
Artikel 4:8 APV Natuurlijke behoefte doen
Artikel 5:15 APV Ventverbod
Artikel 2 Opiumwet Verkopen enz. van harddrugs
Artikel 3 Opiumwet Verkopen enz. van softdrugs
Artikel 137c Wetboek van Strafrecht Belediging groep mensen
Artikel 141 Wetboek van Strafrecht Openlijke geweldpleging
Artikel 142 Wetboek van Strafrecht Vals alarm
Artikel 143 Wetboek van Strafrecht Verhindering vergadering
Artikel 144 Wetboek van Strafrecht Verstoring vergadering
Artikel 184 Wetboek van Strafrecht Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Artikel 239 Wetboek van Strafrecht Schennis van de eerbaarheid
Artikel 266 jo. 267 Wetboek van Strafrecht Belediging van ambtenaar in functie
Artikel 285 Wetboek van Strafrecht Bedreiging
Artikel 300-303 Wetboek van Strafrecht Mishandeling
Artikel 350 Wetboek van Strafrecht Vernieling of beschadiging
Artikel 351 Wetboek van Strafrecht Vernieling of beschadiging
Artikel 424 Wetboek van Strafrecht Straatschenderij
Artikel 426-427 W Wetboek van Strafrecht Overtredingen betreffende algemene veiligheid
Artikel 453 Wetboek van Strafrecht Openbare dronkenschap
Artikelen 13, 26 of 27 Wet wapens en munitie Dragen verboden wapens
Ingeval van uitsluitend het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 Opiumwet kan slechts een gebiedsontzegging (wijkverbod) worden opgelegd, indien de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast.
Een gebiedsontzegging (wijkverbod) geldt voor het gebied waarbinnen de in het eerste lid genoemde gedraging heeft plaatsgevonden. Indien de gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een B- of C-evenement legt de burgemeester een verbod op, waarbij voor het gebied aansluiting wordt gezocht bij het evenemententerrein, dan wel het gebied waar het evenement plaatsvindt.
Voordat een gebiedsontzegging (wijkverbod) wordt opgelegd ontvangt een persoon die zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan een gedraging genoemd in het eerste lid een schriftelijke waarschuwing. In deze waarschuwing staat het beleid ten aanzien van de gebiedsontzegging (wijkverbod) uitgelegd. De waarschuwing wordt één keer gegeven en geldt binnen de gehele gemeente Krimpen aan den IJssel voor de duur van 6 maanden.
Indien ten aanzien van een persoon voor de eerste maal binnen 6 maanden na de waarschuwing, een gedraging genoemd in het eerste lid wordt geconstateerd, wordt een verbod opgelegd om zich gedurende 72 uur te bevinden op een in het verbod aangewezen gebied. Bij overtreding van een gebiedsontzegging (wijkverbod) wordt een proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 2:78, eerste lid, van de APV.
Aan een persoon die zich binnen 6 maanden na het opleggen van een gebiedsontzegging (wijkverbod) in hetzelfde gebied voor de tweede maal schuldig maakt aan een gedraging genoemd in het eerste lid, wordt conform het bepaalde in artikel 2:78, tweede lid, van de APV een verbod opgelegd om zich gedurende het in artikel 6 genoemde tijdvak te bevinden in het verbod genoemde gebied, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgevonden. Bij overtreding van een gebiedsontzegging (wijkverbod) wordt een proces-verbaal op grond van artikel 2:78, tweede lid, van de APV, opgemaakt.
De in het derde, vierde en vijfde lid beschreven procedure geldt niet als de gedraging zich voordoet bij een evenement. In dat geval kan de burgemeester direct een gebiedsontzegging (wijkverbod) opleggen, zonder dat een persoon eerst wordt gewaarschuwd. Er moet dan sprake zijn van een ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde tijdens dit evenement. Voor een evenement wordt een verbod opgelegd voor de buurt(en) waarin het evenemententerrein is gelegen, dan wel waar het evenement plaatsvindt gedurende de duur van het evenement met een maximum van 72 uur.
Gedurende de looptijd van de gebiedsontzegging (wijkverbod) kan slechts één keer een nieuwe gebiedsontzegging (wijkverbod) worden opgelegd.
Artikel 1