**1..** De betrokkene wordt mondeling of schriftelijk in kennis gesteld van een voornemen tot oplegging van een gebiedsontzegging (wijkverbod).
**2..** De betrokkene krijgt de gelegenheid om zijn zienswijze op het voornemen in te dienen. Van deze termijn kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken.
**3..** Als het voornemen tot het opleggen van een gebiedsontzegging (wijkverbod) betrekking heeft op een minderjarige, worden tenminste de ouders of voogd van de minderjarige uitgenodigd om hun zienswijze kenbaar te maken.
**4..** Aan de leden 1 tot en met 3 wordt, conform het bepaalde in artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, geen toepassing gegeven, indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, of
het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld.
**5..** Een besluit tot oplegging van een gebiedsontzegging (wijkverbod) wordt in persoon aan de betrokkene uitgereikt of aan de betrokkene toegezonden. De gedragingen waarop de gebiedsontzegging (wijkverbod) is gebaseerd, worden meegedeeld en schriftelijk vastgelegd in een proces-verbaal, alsmede voor welk tijdvak en gebied de gebiedsontzegging (wijkverbod) geldt en een eventueel ingediende zienswijze. Tevens wordt een kaart uitgedeeld van het gebied waarop de gebiedsontzegging (wijkverbod) betrekking heeft.
**6..** Indien de betrokkene kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, wordt in het besluit tot oplegging van de gebiedsontzegging (wijkverbod) een looproute opgenomen. Het is de betrokkene in dat geval slechts toegestaan om de desbetreffende locatie via de aangegeven looproute te bereiken. Betrokkene toont zelf aan dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden. Deze belangen liggen doorgaans in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, onderwijs, bezoek aan een (huis)arts, advocaat of hulpverleningsinstantie.
Artikel 2