1 In deze verordening wordt verstaan onder:
presidium: het presidium van de raad, zoals omschreven in artikel 4;
voorzitter: de voorzitter van de raad of zijn vervanger;
griffier: de ten behoeve van de raad bij de gemeente in dienst zijnde, in de Gemeentewet bedoelde, griffier of de dienstdoende loco-griffier; echter: onder het woord ”griffier” in artikel 3, lid 3 en onder het woord ”griffier” in artikel 5, lid 1, sub d, is geen loco-griffier inbegrepen;
loco-griffiers: de ten behoeve van de raad bij de gemeente in dienst zijnde ambtenaren, die bevoegd zijn de griffier te vervangen;
griffie: de ten behoeve van de raad bestaande, in de Gemeentewet bedoelde, griffie;
griffiepersoneel: de griffier, loco-griffiers en overig ten behoeve van de griffie bij de gemeente in dienst zijnd personeel;
college: het college van burgemeester en wethouders;
portefeuillehouder: een lid van het college;
desbetreffende portefeuillehouder: dat lid van het college, tot wiens portefeuille (het primaat van) enig hierna bedoeld onderwerp behoort;
amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, dat naar de vorm geschikt is om daarin direct te worden opgenomen;
subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, dat naar de vorm geschikt is om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft;
motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering;
initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van een of meer raadsleden.
2 In deze verordening bedoelde correspondentie en verstrekking van stukken – hoe ook verwoord – mogen plaatsvinden door middel van levering via computergebruik, dus langs elektronische weg.
Wanneer in deze verordening de woorden ”beschikbaar stellen” of een werkwoordsvorm daarvan worden gebezigd, kan worden volstaan met het scheppen van de mogelijkheid van verkrijgbaarheid door computergebruik, dus langs elektronische weg.
3 Bij de toepassing van lid 2 zullen daar waar dit wettelijk onontkoombaar mocht zijn, stukken met originele handtekeningen dienen te worden (na)geleverd.
4 Wanneer op lid 2 wettelijke bepalingen voor dit ”verkeer langs elektronische weg” van toepassing zijn, gelden die uiteraard boven deze verordening.
5 In deze verordening bedoelde stemmingen mogen in de vergaderzaal door computergebruik, dus langs elektronische weg, plaatsvinden, mits de op stemmingen betrekking hebbende artikelen, en de bedoelingen daarvan, zo veel mogelijk worden nageleefd. De voorgaande zin geldt ook voor artikel 31, lid 9, zodat in plaats van handopsteken computergebruik mag plaatsvinden. Wanneer wettelijke bepalingen voor deze elektronische stemmingen van kracht zijn, gelden die uiteraard boven deze verordening.
6 Voor de toepassing van lid 5 kan het presidium nadere regels stellen. Nadere regels worden aan de raad medegedeeld.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1