1 De voorzitter zendt tenminste 96 uur vóór de geplande aanvang van een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de raadsvergadering.
2 De schriftelijke oproep bevat tevens de agenda, bedoeld in artikel 9, lid 1.
3 De bij de agenda behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, lid 2, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tezelfdertijd als de schriftelijke oproep – al dan niet separaat – aan de raadsleden verzonden.
4 Indien een gewijzigde en/of aanvullende agenda wordt vastgesteld, als bedoeld in artikel 9, lid 2, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen tenminste 48 uur vóór de geplande aanvang van de raadsvergadering aan de raadsleden verzonden.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 1
Artikel 10