1 Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de agenda van de raadsvergadering vast. Beslissingen van de raad tot agendering van onderwerpen worden daarbij nageleefd.
Het presidium beoordeelt of, en zo ja welke, agendapunten voor beraad worden geagendeerd en eventueel in een volgende raadsvergadering voor besluitvorming. Op de voor beraad geagendeerde onderwerpen zijn artikel 30, leden 2 en 3 en artikel 31 niet van toepassing.
Het presidium kan inwoners of bevolkingsgroepen uitnodigen tot bijwoning van de behandeling van agendapunten, om gehoord te kunnen worden; het presidium kan voorts personen, instellingen of bedrijven uitnodigen voor het verstrekken van informatie of uitleg.
2 Het presidium kan een gewijzigde en/of aanvullende agenda vaststellen.
3 Tijdens de vergadering kan de raad, op voorstel van een raadslid of de voorzitter, onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.
4 Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij nadere inlichtingen of advies vragen aan het college, of – wanneer de griffie(r) het voorstel heeft voorbereid – aan het presidium.
5 Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 1
Artikel 9