Naar hoofdinhoud
1 Indien een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in artikel 169, lid 3, of artikel 180, lid 3, van de Gemeentewet verlangt, dient hij daarvoor een schriftelijk verzoek in bij het college of bij de burgemeester. 2 De indiener zendt een kopie van dit verzoek aan de griffier. De griffier stelt die kopie beschikbaar voor alle raadsleden. 3 Tenzij dit in strijd is met het openbaar belang, worden de verlangde inlichtingen gegeven. De inlichtingen worden binnen zes weken na binnenkomst van het verzoek mondeling of schriftelijk verstrekt. 4 Mondelinge verstrekking geschiedt in een raadsvergadering onder het agendapunt ”Vragen raadsleden”, waarbij de indiener de mogelijkheid heeft vragen te stellen naar aanleiding van de inhoud van de mondelinge verstrekking. 5 Bij schriftelijke verstrekking wordt tevens een kopie van het antwoord aan de griffier gezonden. De griffier stelt die kopie beschikbaar voor alle raadsleden. 6 Onder het agendapunt ”Vragen raadsleden” kan de indiener, na ontvangst van een schriftelijk antwoord, vragen stellen over dat antwoord tijdens de eerste raadsvergadering waarin dat – met volledige toepassing van artikel 44 ”Vragen aan het college of de burgemeester” - mogelijk is. 7 Voor de toepassing van dit artikel kan het presidium nadere regels stellen. Nadere regels wor-den aan de raad medegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel