Naar hoofdinhoud
1 Elk raadslid kan schriftelijk vragen stellen aan het college of de burgemeester. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden gezonden aan het college of de burgemeester. Bij de vragen wordt aangegeven of mondelinge of schriftelijke beantwoording wordt verlangd. 2 De indiener zendt een kopie van de vragen aan de griffier. De griffier stelt die kopie beschikbaar voor alle raadsleden. 3 Mondelinge of schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen zes weken na binnenkomst van de vragen. 4 Mondelinge beantwoording geschiedt in een raadsvergadering onder het agendapunt ”Vragen raadsleden”, waarbij de indiener de mogelijkheid heeft vragen te stellen naar aanleiding van de inhoud van de mondelinge beantwoording. 5 Bij schriftelijke beantwoording wordt tevens een kopie van het antwoord aan de griffier gezonden. De griffier stelt die kopie beschikbaar voor alle raadsleden. 6 Onder het agendapunt ”Vragen raadsleden” kan de indiener, na ontvangst van een schriftelijk antwoord, vragen stellen over dat antwoord tijdens de eerste raadsvergadering waarin dat – met volledige toepassing van artikel 44 ”Vragen aan het college of de burgemeester” - mogelijk is. 7 Voor de toepassing van dit artikel kan het presidium nadere regels stellen. Nadere regels worden aan de raad medegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel