1 Een raadslid, een wethouder of de burgemeester, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, kan in aansluiting op de behandeling van de lijst mededelingen verslag doen over zaken die in dat algemeen bestuur aan de orde zijn; een wethouder dient daarvoor bewilliging van het presidium te hebben verkregen met toepassing van artikel 11, lid 1 of leden 2 en 3.
2 Ieder raadslid kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels van artikel 43, voor het stellen van schriftelijke vragen, zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd.
HOOFDSTUK 6
Artikel 46