Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

De subsidieaanvrager

Onderdeel van Nadere regeling subsidieverstrekking peuterplaatsen regulier en VVE

De subsidie voor peuterplaatsen en/of peuterplaatsen met VVE moet uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, via een door het College vastgesteld aanvraagformulier, per houder worden aangevraagd. De aanvraag dient in ieder geval een reële inschatting te bevatten van het aantal uren te leveren peuterwerk en/of peuterwerk met VVE per houder, waarop de afzonderlijke locaties worden vermeld, verdeeld in de volgende categorieën: Peuters waarvan de ouders/verzorgers kinderopvangtoeslag ontvangen. Peuters met een VVE-indicatie waarvan de ouders/verzorgers kinderopvangtoeslag ontvangen. Peuters waarvan de ouders/verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen. Peuters met een VVE-indicatie waarvan de ouders/verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen. De houder overlegt tevens: Een onderbouwde berekening van de aan te vragen subsidie, uurtarief en gemiddeld verwachte ouderbijdrage. Een pedagogisch beleidsplan met daarin aandacht voor ouderbetrokkenheid. Een opleidingsplan. Bij een eerste subsidieaanvraag wordt ook overlegd: De statuten of het reglement van de instelling. De laatste jaarrekening en het laatste verslag van de activiteiten. Een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Het college neemt voor 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd een besluit over de subsidieverlening. Houders die gedurende het kalenderjaar aan het kwaliteitskader van de gemeente Twenterand, zoals toegevoegd in bijlage 2 bij deze regeling, voldoen en voor een eerste maal een subsidieaanvraag willen indienen (aangezien ze nog niet eerder voldeden aan het kwaliteitskader) kunnen lopende het kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen die niet eerder ingaat dan datum aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel