De houder rapporteert vóór 15 april en 15 oktober aan het college middels een door het college vastgesteld formulier per locatie over:
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats en waarvan de ouders/verzorgers kinderopvangtoeslag ontvangen;
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats met VVE en waarvan de ouders/verzorgers kinderopvangtoeslag ontvangen;
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats en waarvan de ouders/verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen;
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats met VVE en waarvan de ouders/verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Bezetting
Onderdeel van Nadere regeling subsidieverstrekking peuterplaatsen regulier en VVE