1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering

onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar

bedoeld in artikel 1.

2. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet

van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf

van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde

bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering

onroerende zaken.