Een voorziening kan alleen worden aangeboden, als door of namens het college een plan van aanpak is opgesteld en de persoon voor wie dat is opgesteld, het plan heeft ondertekend.
Het college kan aan voorzieningen verplichtingen en voorwaarden verbinden, wanneer deze volgens het bestuur noodzakelijk zijn voor het behalen van het doel van de voorziening.
Een voorziening kan in ieder geval worden beëindigd als de persoon die van de voorziening gebruik maakt
zich niet houdt aan de opgelegde verplichtingen en voorwaarden;
niet langer behoort tot de doelgroep, of
als de voorziening niet langer geschikt is om het doel van die voorziening te behalen.
HOOFDSTUK 2 › § 2.1
Artikel 2.2