Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na hun bekendmaking.

Geen draagkrachtberekening

Indien er sprake is van een Schulddienstverlenings- (SDV), Ondersteuning Schuldstabilisatie (OSS)- of WSNP-traject, wordt er van uitgegaan dat de klant geen draagkracht heeft. Dat geldt ook als er beslag is gelegd op het inkomen.

Wel draagkrachtberekening

Aflossingen aan schulden bij klanten die geen financiële begeleiding via de gemeentelijke schuldhulpverlening (nu PLANgroep en maatwerk Ondersteuning Schuldstabilisatie van de Zorggroep Almere) krijgen, zijn geen aftrekpost voor het bepalen van de draagkracht.

Stappenplan draagkrachtberekening:

1.. Bepaal de hoogte van de kosten aan de hand van nota’s of evt. pro-forma nota’s. Gemeentelijke bijlagen bij volledige woninginrichting zie: Bijlage 1 of Bijlage 2 (bij duurzame gebruiksgoederen). Van de prijzen genoemd in bijlage 2 geldt voor witgoed 70% en voor meubilair 40% van het daar genoemde bedrag;

2.. Bepaal draagkrachtperiode (zie Bijlage 3)

3.. Bepaal het inkomen over het draagkrachtjaar aan de hand van de referentienormen uit het normenoverzicht.

4.. Breng de volgende aftrekposten in mindering op het inkomen om het besteedbaar inkomen uit te rekenen;

  • - alimentatieverplichtingen;
  • - het verschil tussen de ontvangen zorgtoeslag en de zorgtoeslag op bijstandsniveau (€ 94 voor alleenstaande en € 176 met een toeslagpartner, bedragen 2018);
  • - bij een huurwoning: het verschil tussen de huurtoeslag op bijstandsniveau en de lagere huurtoeslag die feitelijk wordt ontvangen;
  • - bij een koopwoning: bereken een fictieve woonkostentoeslag over de hypotheekrente + 110 euro forfaitaire kosten per maand (bij koopappartementen een extra bedrag ad 48 euro bij de 110 euro optellen). De voorlopige aanslag die men ontvangt van de Belastingdienst i.v.m. hypotheekrenteaftrek in mindering brengen op de fictieve huurtoeslag;
  • - de eigen bijdrage WLZ, indien klant in een inrichting verblijft;
  • - de vrij te laten middelen, zie art. 31 lid 2 t/m 8 en art. 33 lid 5 Participatiewet;

5.. Breng de referentie bijstandsnorm in mindering op het besteedbaar inkomen om de draagkracht te bepalen. Zie de actuele normenlijst in de kolom: Referentienormen bijzondere bijstand niet-klant.

6.. Bepaal de ruimte in het vermogen over de draagkrachtperiode, bij bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt ook het bescheiden vermogen meegenomen minus één keer de maandnorm van belanghebbende.

7.. Bepaal de draagkracht in euro's door het draagkrachtpercentage(s) toe te passen op de uitkomst van stappen 5 en 6;

8.. Bereken als volgt:

Kosten (1)

Draagkracht (6) -/-

Bijzondere bijstand

Tenslotte: altijd bezien of de ontvangen toeslag, zoals zorgtoeslag, kindgebondenbudget etc. en bij koopwoningen de voorlopige aanslag i.v.m. hypotheekrenteaftrek correct zijn en passen bij het inkomen.

Bij toekenning van de bijzondere bijstand in de beschikking de verplichting opnemen (artikel 55 Participatiewet) dat de klant de toegekende bijstand binnen 1 maand na ontvangst besteedt voor het doel waarvoor zij is toegekend en de nota's gedurende twee jaar bewaart.