1 Minimaal eenmaal per twaalf maanden wordt over het functioneren van de
ambtenaar een beoordeling uitgebracht volgens deze door het presidium
vastgestelde beoordelingsregeling in de door de ambtenaar vervulde
functie.
2 Het opmaken van de beoordeling geschiedt met inachtneming van de door of
vanwege de ge-meenteraad en/of het presidium voor de functievervulling
gestelde eisen. Eisen waarvan de ambtenaar buiten zijn schuld geen kennis
droeg, blijven daarbij buiten beschouwing.
3 De ambtenaar is te allen tijde bevoegd om het presidium te verzoeken een
beoordeling over hem uit te brengen. Dit verzoek dient, behoudens
zwaarwichtige redenen, te worden ingewilligd.