1 De voorlopige beoordeling wordt opgemaakt op een door het presidium
vastgesteld beoordelingsformulier, welke als bijlage bij deze regeling is
gevoegd. Dit gebeurt door op de beoordelingsstaat per gezichtspunt het
oordeel in woorden weer te geven met het vermelden van feiten:
gebeurtenissen en concrete gedragingen waarop de beoordeling is gebaseerd.
Indien de ruimte op de beoordelingsstaat hiertoe niet toereikend is, wordt
gebruik gemaakt van een aparte bijlage welke onderdeel vormt van het
beoordelingsformulier.
De beoordelingstekst wordt geïllustreerd met een score in de volgende
betekenis:
A = onvoldoende; B = matig; C = voldoende; D = (zeer) goed.
2 De beoordelaar kan zich bij het opmaken van de voorlopige beoordeling
laten bijstaan en adviseren door de personeelsmanagementadviseur, waarbij
deze echter geen verantwoordelijkheid draagt voor het resultaat van de
voorlopige beoordeling.
3 De beoordelingsstaat en, indien gebruikt: de bijlage daarbij, worden
ondertekend door de beoordelaar en dit wordt vermeld op het voorblad van het
beoordelingsformulier.