Met de riolering dragen we bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en houden we droge voeten door overtollig hemelwater af te voeren. We volgen hierbij de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Dankzij de sloten, kanalen en vijvers in onze gemeente hebben we ruimte om water lokaal vast te houden en te bergen. Ook op straten en in groenstroken is ruimte om bij hevige neerslag water te bergen. Waar het overtollige hemelwater (grote) overlast en schade kan geven, voeren we het zoveel mogelijk af.
Door klimaatverandering zullen de regenbuien in intensiteit en omvang toenemen. Voor de ‘gewone’ situaties gaan we uit van de theoretische bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water. Bij deze bui die eens in de 2 jaar zou voorkomen mag er geen water op straat blijven staan. Bij alle aanleg, vervanging en verbetering houden we hier rekening mee. Hoe we met klimaatverandering omgaan beschrijven we in hoofdstuk 3.5.
Op termijn willen we hemelwater zoveel mogelijk gescheiden houden van vuilwater. De kosten van een extra hemelwatersysteem zijn echter hoog, daarom leggen we alleen een hemelwaterriool aan als we een duidelijke meerwaarde hiervoor zien. Om de meerwaarde te bepalen kijken we naar de kosten en het effect op de omgeving. Als richtlijn houden we aan dat de kosten niet meer mogen zijn dan 20 euro per m2 afgekoppeld verhard oppervlak en dat er een positief effect in de omgeving zichtbaar moet zijn (bijvoorbeeld het verminderen van het aantal overstortingen).
Onze inwoners en bedrijven hebben een belangrijk rol in het verwerken van hemelwater. Op eigen perceel moeten zij hemelwater zelf verwerken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is. Als het perceel grenst aan een oppervlaktewater, dan moeten ze daar het hemelwater lozen (als het hoogheemraadschap hier goedkeuring aan geeft). Het hemelwater moet gescheiden van het overige water worden aangeleverd aan de perceelgrens, als het niet op eigen perceel kan worden verwerkt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3