Aansluiten van nieuwbouw
Voor de komende jaren verwachten we een gemiddelde jaarlijkse toename van 20 tot 60 rioolaansluitingen. Deze toename vindt plaats door grote uitbreidingsprojecten en binnen kleinere inbreidingsprojecten. Bij alle nieuwbouw leggen we een watersysteem aan dat voorbereid is op de toekomst. We adviseren projectontwikkelaar om water waar mogelijk te hergebruiken. Hemelwater en huishoudelijk afvalwater houden we zoveel mogelijk gescheiden en we voorkomen dat water extra vervuild raakt door afstroming over verontreinigde oppervlakken. We volgen hierbij de in dit GRP beschreven vereisten en relevante wet- en regelgeving.
Bij grote bouwplannen (inbreiding en uitbreiding) streven we naar een klimaatbestendige inrichting. We kijken dan:
Of er voldoende ruimte is voor water en groen.
De riolering en het watersysteem gedimensioneerd zijn op de door ons voorgeschreven maatgevende bui en er bovengronds voldoende ruimte is om bij deze zware regenbuien ((reken)bui van 60 mm in 1 uur) geen schade in panden te hebben.
Of vloerpeilen voldoende hoger liggen dan het straatpeil, zodat water niet afstroomt naar de panden.
Wanneer er onder maaiveld wordt gebouwd, dan moeten er afdoende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat water afstroomt naar de lager gelegen delen.
naar grondwater: als de grondwaterstanden hoog zijn, dan moeten maatregelen worden getroffen om grondwateroverlast te voorkomen.
Of er geen afwenteling naar de omgeving plaatsvindt.
Alle grote bouwplannen stemmen we af binnen de gemeentelijke organisatie en met het hoogheemraadschap. We volgen hierbij de watertoetsprocedure.
Bij kleine inbreidingsplannen (1 tot 5 nieuwe woningen) stellen we dezelfde eisen als bij grote bouwplannen, maar kijken we ook naar de aansluiting op de omgeving. De inbreiding mag geen negatieve gevolgen hebben op de omgeving. Soms is het mogelijk om hemelwater aan te sluiten op een al aanwezig hemelwaterriool of oppervlaktewater. Dit is toegestaan, eventueel onder aanvullende voorwaarden, als de initiatiefnemer kan aantonen dat dit past binnen de huidige gemeentelijke plannen en de kans op overlast voor omwonenden niet groter wordt. Als er alleen een gemengd riool aanwezig is, dan is het vanwege de doelmatigheid toegestaan om hierop aan te sluiten.
Aanvragers van rioolaansluitingen moeten zelf de kosten betalen voor de aansluiting. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een standaardaansluiting (een leiding met diameter 125mm van maximaal 6m) en overige aansluitingen. Voor een standaardaansluiting geldt een standaardtarief, voor de overige aansluitingen moeten de werkelijke kosten worden betaald. Bij grote uitbereidingsprojecten zijn aansluitingen verwerkt in de grondprijs. Toezichthouders voeren controles uit op rioolaansluitingen en kunnen als het nodig is handhavend optreden. We bepalen gezamenlijk de onderwerpen waar de toezichthouders zich op richten en werken hiervoor samen met het hoogheemraadschap.
Aansluiten van bestaande bebouwing
Een aantal panden in de bestaande bebouwing zijn niet aangesloten op de riolering. Tot op heden was er geen verplichting om deze panden aan te sluiten op de riolering. Het kan zijn dat deze panden op termijn alsnog aangesloten moeten worden op (nog aan te leggen) riolering, bijvoorbeeld door groei van de bebouwing in de omgeving. Als dit gebeurt bepalen we per gebied onze aanpak, waarbij we onder meer kijken naar een logische indeling van clusters, de keuze voor het aan te leggen systeem, de kosten en daarmee naar de doelmatigheid van de maatregel(en). Hierbij volgen we de afstanden en kosten die zijn genoemd in hoofdstuk 2.2 stedelijk afvalwater. Er kunnen altijd redenen zijn om percelen ook bij hogere kosten aan te sluiten, bijvoorbeeld als de waterkwaliteit in de omgeving onvoldoende is. Als er geen rioolaansluiting wordt gemaakt, dan heeft de perceeleigenaar een verplichting om zelf te zorgen voor een goed functionerende en toegestane alternatieve voorziening.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1