Jeugd
Het hebben van schulden heeft in potentie een ontwrichtend effect op het gezin. Binnen het beleidsveld jeugd zien wij bijvoorbeeld terug dat veel in gezinnen met jeugdhulpverlening, ook sprake is van schuldenproblematiek. Het stabiliseren van de financiële situatie draagt bij (of is randvoorwaardelijk ) aan de mogelijkheden andere problematiek binnen het gezin op te lossen.
Participatie
Het moeten rondkomen van een laag inkomen of hebben van schulden werkt belemmerend voor maatschappelijke participatie en participatie op de arbeidsmarkt. Voor werkgevers brengen medewerkers met schulden extra investering met zich mee, omdat zij vaak geconfronteerd worden met loonbeslag. Dit kan een belemmering vormen om iemand in dienst te nemen. Gezinnen waar sprake is van beperkte financiële draagkracht, zijn bovendien geneigd te bezuinigen op zaken die geen eerste levensbehoefte zijn, zoals sportieve en culturele activiteiten. Dit levert voor alle gezinsleden het risico op dat de maatschappelijke participatie onder druk komt te staan.
Minimabeleid
Een deel van de doelgroep Schuldhulpverlening, komt langdurig rond van een minimuminkomen uit een uitkering of werk. Ook kunnen personen met een hoger inkomen door schuldsanering/ invordering van schulden op bijstandsniveau uitkomen.
Minima die budgetbeheer of beschermingsbewind (zie hoofdstuk 7) nodig hebben, krijgen de kosten daarvan vergoed via de bijzondere bijstand.
Wmo
We maakten beleidskeuzes op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). We sluiten hierop aan met onze gemeentelijke schuldhulpverlening. Er zijn meerdere oplossingen voor een probleem. Dat is de kern van ons Wmo beleidskader. Inwoners kijken eerst zelf hoe zij hun probleem kunnen oplossen. Dit noemen we ‘eigen kracht’. De inwoner vraagt in zijn omgeving voor steun als dat nodig is. De steun kan zijn hulp van anderen, verenigingen, organisaties, etc. ook de gemeente heeft hierin een rol. We zijn verantwoordelijk voor goede zorg voor en ondersteuning van onze inwoners. We werken daarin nauw samen met vrijwilligers en maatschappelijke partners in onze gemeente. Zij kunnen ook onze inwoners met schulden helpen.
We passen de Wmo uitgangspunten ook toe bij de schuldhulpverlening:
Eigen Kracht: Mensen zorgen voor zichzelf
Sociale netwerk: Mensen zorgen voor elkaar, mantelzorg, verenigingsleven
Algemene voorzieningen: Alleen waar nodig (bijv. cursus leren omgaan met geld)
Professionele inzet (schuldhulpverlening) van de overheid als sluitstuk
Wij zien bij het oplossen van schulden verschillende verantwoordelijkheden. Sommige problemen kan iemand zelf oplossen. Soms heeft hij daarbij hulp nodig uit zijn omgeving. Voor ingewikkelde problemen is professionele hulp vereist. We zetten alleen professionals in als dat nodig is. Ondersteuning is daarom afgestemd op wat de inwoner zelf kan. De kwaliteit van het sociale netwerk speelt daarbij ook een rol.
We pakken de schuldhulpverlening integraal aan. Dat betekent dat we kijken naar zowel de oorzaak van de schuld als de schuld zelf. We zoeken daar hulp bij van anderen, zoals verslavingszorg, GGZ, vrijwilligersorganisaties, kerken en verenigingen.
Mensen die behoefte hebben aan zorg of ondersteuning melden zich bij de Kernpunten. Kernpunt-medewerkers voeren een gesprek met de inwoner. Samen met de inwoner bepalen zij welke zorg of ondersteuning nodig en passend is. Meestal gaat het om ondersteuning in het kader van Wmo, Jeugdwet of Participatiewet. Maar regelmatig is de (achterliggende) hulpvraag financieel van aard. Uit landelijke ervaringscijfers blijkt dat 70-80% van de hulpvragen bij sociale wijkteams financieel van aard is. Eenvoudige (financiële) hulpvragen worden opgepakt in het preventieteam en de Kernpunten. Complexere vragen worden opgepakt door de gemeente Buren in samenwerking met het Neder-Betuwse sociaal team.
We streven ernaar om de samenwerking te versterken en de contacten tussen de verschillende (beleids)terreinen te verbeteren. Op die manier kunnen we meer bereiken bij de preventie van schulden bij inwoners, bijvoorbeeld door voorlichting en vroegsignalering. Maar ook voor mensen of gezinnen met complexe problemen, omdat we ‘multidisciplinair’ kunnen werken. Dat betekent dat we de situatie integraal bespreken en een gezamenlijk plan maken.
Omdat er vaak afhankelijkheden zijn, is het belangrijk om een plan in de juiste volgorde uit te voeren. Eerst inkomen regelen, pas daarna met de schulden aan de slag, etc. Maar ook in geval van problematische schulden waarbij een schuldregeling niet mogelijk is, kunnen we samen werken aan een stabilisatie van de schulden. Op die manier proberen we te voorkomen dat problemen groter worden.
Rol kerken
Bijzonder aan onze regio is de relatief grote rol van kerken bij de ondersteuning van inwoners met financiële problemen. Meer mensen kloppen uit financiële nood aan bij de kerk, zo blijkt uit het landelijke Armoedeonderzoek 2016 (Knooppunt Kerk en Armoede). Kerken droegen in 2015 landelijk meer dan € 36 miljoen in hulp en meer dan 1,25 miljoen uren (waarde uitgedrukt in geld: € 38,8 miljoen) aan vrijwilligerswerk bij aan armoedebestrijding en schuldhulpverlening. De bijdrage bestaat o.a. uit individuele financiële hulp, collectieve hulp aan bijvoorbeeld voedselbanken, immateriële hulp, verstrekking van kerstpakketten en steun aan inloophuizen. De ondersteuning die de kerken in Neder-Betuwe bieden, is laagdrempelig en heeft daarmee een groot bereik, zo is de indruk binnen de geloofsgemeenschappen, maar ook daarbuiten. De gemeente streeft naar een evenzo laagdrempelige toegang en een goede samenwerking met kerken, bijvoorbeeld om een goede, warme overdracht te realiseren voor mensen die aanvullende, professionele schuldhulpverlening nodig hebben.
Artikel 5
RELATIE MET ANDERE BELEIDSVELDEN
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent Beleidsplan schuldhulpverlening 2018-2021