Het instrumentarium
Inwoners met een financiële hulpvraag kunnen eerst terecht bij de Kernpunten. Een deel van de mensen kan met informatie en advies zelf verder. Als er meer aan de hand is, wordt de cliënt doorverwezen naar de schuldhulpverlening. Schuldhulpverleners van de gemeente Buren voeren binnen vier weken na melding een gesprek met de cliënt. Dit gebeurt in Neder-Betuwe. Cliënten hoeven dus niet naar Buren. Jaarlijks worden ongeveer 60 cliënten naar de schuldhulpverlening doorverwezen. Afhankelijk van de hulpvraag wordt budgetbegeleiding, een betalingsregeling of een schuldregeling aangeboden.
Budgetbegeleiding: Met budgetbegeleiding leert de cliënt op een verantwoorde manier met zijn geld om te gaan. Budgetbegeleiding heeft tot doel het verkrijgen van inzicht in de inkomsten en uitgaven, het voeren van een overzichtelijke administratie, en het afstemmen van de uitgaven op het beschikbare budget. Er wordt dus ook gewerkt aan gedragsverandering. Budgetbegeleiding wordt geboden door schuldhulpverleners en/of vrijwilligers.
Betalingsregeling: Een betalingsregeling wordt getroffen met één of enkele schuldeisers wanneer de schulden nog niet problematisch zijn. In principe wordt 100% van de schulden afbetaald.
Door ongeveer tweederde van de cliënten di zijn aangemeld bij de schuldhulpverlening wordt een aanvraag gedaan voor het treffen van een (minnelijke) schuldregeling. Een schuldregeling is er in twee vormen:
Schuldbemiddeling. De schuldenaar spaart maandelijks geld voor de schuldeisers. Periodiek wordt het gespaarde geld overgemaakt naar de schuldeisers. Na drie jaar wordt het restant van de schulden kwijtgescholden.
Schuldsanering. De schulden worden met een saneringskrediet gedeeltelijk afbetaald aan de schuldeisers. De rest van de schulden wordt door de schuldeisers kwijtgescholden. De schuldenaar betaalt in drie jaar het krediet terug aan de gemeente.
In de afgelopen jaren is in Neder-Betuwe enkel voor schuldbemiddeling gekozen. De komende jaren willen we – als dat tot betere resultaten leidt – ook het instrument schuldsanering vaker inzetten. Schuldsanering is in veel gevallen te verkiezen boven schuldbemiddeling. Bij een schuldsanering is de schuldenaar in één keer van al zijn schuldeisers af en heeft hij in feite nog maar één schuldeiser: de kredietverlener. De schuldenaar kan gewoon een aanvullende zorgverzekering afsluiten en als hij werk aanvaardt, merkt hij dat direct in zijn portemonnee. Voor de schuldeiser is sanering prettig, omdat hij niet meer minstens drie jaar de boeken open hoeft te houden. En het bespaart de schuldhulpverlener enorme administratieve lasten die gemoeid zijn met het verwerken van wijzigingen in de situatie van schuldeisers en schuldenaren gedurende de driejarige aflosperiode.
Bij een deel van de aanmelders zijn de problemen zo groot - of de afloscapaciteit zo klein - dat onderhandeling met schuldeisers geen zin heeft. Deze mensen zijn aangewezen op de Wsnp of – als ook de rechter geen oplossing ziet - op een jarenlang bestaan met schulden en een inkomen op de beslagvrije voet. Ook in dat geval biedt de gemeente hulp, bijvoorbeeld in de vorm van budgetbeheer, beschermingsbewind of bewaken dat de beslagvrije voet door schuldeisers goed wordt berekend.
Budgetbeheer. Inkomsten en uitgaven worden beheerd door een schuldhulpverlener.
Beschermingsbewind. Net als bij budgetbeheer worden inkomsten en uitgaven beheerd. De bewindvoerder heeft daarbij meer bevoegdheden dan de schuldhulpverlener. Het wordt opgelegd door de rechter en vaak uitgevoerd door commerciële partijen.
Instrumenten die de schuldhulpverlener verder nog kan inzetten:
Moratorium. De rechter kan op verzoek van de gemeente bij schuldeisers afdwingen dat gedurende zes maanden de huur niet wordt opgezegd, de levering van gas, water en elektra niet wordt beëindigd en/of de zorgverzekering niet wordt opgezegd. Ook mogen er geen incasso- en renteverhogende maatregelen worden genomen. Dit gebeurt in de fase waarin een minnelijke schuldregeling wordt voorbereid.
Dwangakkoord. Wanneer een enkele schuldeiser niet wil meewerken aan een minnelijke schuldregeling kan de rechter hem daartoe dwingen.
Ter illustratie: Cijfers 2016 (bron: Jaarverslag)
In 2016 voerden we 58meldingsgesprekken Schuldhulpverlening. In 3 van de gevallen werd de 4-wekentermijn tussen datum melding (door het kernpunt) en de datum van het meldingsgesprek overschreden. In alle gevallen gaven de inwoners geen gehoor aan twee eerdere uitnodigingen voor een gesprek. Uiteindelijk verzochten deze inwoners alsnog zelf binnen de gestelde hersteltermijn om een afspraak.
In 2016 werden 39aanvragen voor schuldregeling in behandeling genomen en toegekend. Na de aanvraag schuldhulpverlening maken we een inventarisatie van de schulden van de cliënt. Schuldeisers worden aangeschreven om hen een opgave te vragen van de exacte hoogte van hun vordering. Niet alle schuldeisers reageren even adequaat. Pas na de reactie van alle schuldeisers wordt geïnventariseerd welk soort traject schuldhulpverlening het meest passend is voor de cliënt. Daarna wordt er een betalingsvoorstel gedaan aan de schuldeisers. Ook hierop moet de schuldeiser reageren. We verzoeken de schuldeiser om te reageren binnen een redelijke termijn, maar kunnen schuldeisers niet dwingen zich aan deze termijn te houden.
Overige cijfers:
Lopende trajecten schuldhulpverlening: 96
Beëindigde / afgeronde trajecten Schuldhulpverlening: 10
Geslaagde schuldregelingen: 11
Dwangakkoorden: 2
Opgemaakte verzoekschriften Moratorium: 3
Huishoudens in vrijwillig budgetbeheer: 12
Huishoudens onder beschermingsbewind: 30
Afgegeven Wsnp verklaringen: 22
We kunnen niet iedereen helpen. Bij een vraag om schuldhulpverlening onderzoeken we daarom eerst hoe de situatie is. De uitvoering van onze schuldhulpverlening hebben we vastgelegd in beleidsregels.
Stap 1: toetsing op toelatingscriteria
Bij stap 1 kijken we of het zinvol is om een traject schuldhulpverlening aan te bieden. Inwoners die al eerder schuldhulpverlening kregen, worden niet zomaar opnieuw toegelaten. We geven wel advies hoe zij hun financiële problemen kunnen oplossen. Onze schuldhulpverlening is een eenmalige voorziening die problematische schulden oplost.
We vinden het belangrijk dat onze inspanning succes heeft. Daarom bieden we alleen schuldregeling aan inwoners die we ook echt kunnen helpen. Als meteen al duidelijk is dat we de schulden (nog) niet kunnen oplossen[2], bieden we geen schuldregeling aan. We leggen uit waarom we niet kunnen helpen en geven advies. Als er beslag is gelegd door een deurwaarder controleren we of dit volgens de regels is gegaan. We helpen zo deze inwoners om hun problemen in de hand te houden.
Als we de schulden van een gezin met minderjarige kinderen niet kunnen oplossen, zoeken we contact met andere hulpverleners. We controleren of het gezin bekend is bij de leerplichtambtenaar. We kijken of er nog andere hulpverlening mogelijk is via het preventieteam of sociaal team.
Screening op motivatie
Als we iemand kunnen helpen met schulden, kijken we daarna naar het gedrag. We kijken naar motivatie vaardigheden en mogelijke belemmeringen. Onze hulp moet leiden tot het blijvend oplossen van de schulden.
We willen dat de inwoner zich (met hulp) houdt aan de afspraken. We bieden onze schuldhulpverlening alleen aan inwoners die onze hulp ook echt willen. Alleen dan kunnen we samen het schuldenpakket oplossen.
Soms wil de klant wel geholpen worden, maar zijn er belemmeringen. Bij beperkingen, psychische problemen, verslavingen etc. zoeken we naar een oplossing. We proberen met hulp van anderen zoals familie of professionele begeleiding de schulden op te lossen.
Eigen kracht: motivatie is de sleutel
Een schuldhulpverleningstraject is intensief. Samen met de inwoner werken we aan het oplossen van de schulden. Het vereist volledige medewerking van de vrager. Wij proberen om tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Ook de oorzaak van het financiële probleem moet worden opgelost.
Eigen kracht is de combinatie van motivatie en vaardigheden. We stellen vast wat de eigen kracht is van de hulpvrager. Op grond hiervan bepalen we welke hulp we aanbieden. We weten uit ervaring en uit wetenschappelijk onderzoek[3] dat de financiële zelfredzaamheid – zeker op het moment dat mensen zich melden – niet moet worden overschat.
Wat verstaan wij onder motivatie? We willen dat de vrager gemaakte afspraken nakomt. Hij reageert op uitnodigingen en verstrekt juiste en volledige informatie. De vrager probeert meer inkomsten te krijgen en maakt geen nieuwe schulden. Hij doet alles wat nodig is om de schuldhulpverlening te laten slagen. Als de hulpvrager niet gemotiveerd is, bieden wij geen schuldhulpverlening. De kan dat een traject slaagt, is dan klein. De kans dat er nieuwe schulden ontstaan, is groot.
Beperkte vaardigheden zijn geen reden om iemand niet te helpen. Als iemand niet kan lezen, is de eigen kracht minder groot. Er is hulp nodig bij het lezen van brieven, rekeningen, etc. We helpen dan om vaardigheden te leren. Bijvoorbeeld met een taalcursus of de inzet van een vrijwilliger.
Meestal kunnen we burgers helpen met financiële problemen. We willen de financiële redzaamheid van onze inwoners vergroten. Waar mogelijk helpen we om de schulden op te lossen.
[2] Bijvoorbeeld wanneer sprake is van fraudevorderingen, boetes, geen medewerking van betrokkene, zelfstandig ondernemerschap, een woning die te koop staat, een aanstaande echtscheiding of recidive.
[3]Lees bijvoorbeeld het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): Overheid overschat financiële zelfredzaamheid burgers.
Artikel 7 OPLOSSEN VAN SCHULDEN
Artikel 7 OPLOSSEN VAN SCHULDEN
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent Beleidsplan schuldhulpverlening 2018-2021