Het college stelt het niveau van de ondersteuning vast aan de hand van kenmerken van de inwoner of het gezinssysteem. De volgende niveaus worden onderscheiden:
Niveau A: Voorbeelden van kenmerken van de inwoner of het gezinssysteem:
er is meestal geen of in beperkte mate van gedragsproblematiek;
er is sprake van een stabiele (ontwikkel- en/of opvoed) context;
de inwoner of het gezinssysteem kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering;
de inwoner heeft voldoende inzicht en kan veranderingen in de eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren;
de inwoner of het gezinssysteem is gemotiveerd.
Niveau B: Voorbeelden van kenmerken van de inwoner of het gezinssysteem:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties of escalatie is aanwezig, maar niet groot;
de inwoner of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren;
de motivatie van de inwoner of het gezinssysteem voor het ontvangen van de ondersteuning is wisselend.
Niveau C: Voorbeelden van kenmerken van de inwoner of gezinssysteem:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de ondersteuning is niet routinematig;
er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed) context;
er is hoog risico op escalatie/gevaar;
met de inwoner of het gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning van de ondersteuning doordat de situatie sterk wisselend en onvoorspelbaar is. Er is voortdurend herziening van de planning van de ondersteuning nodig;
de inwoner of het gezinssysteem kan/kunnen verandering zelf in het geheel niet signaleren;
er is verscherpt toezicht nodig;
de inwoner of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de behandeling of ondersteuning.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Artikel 3.2
Onderdeel van Beleidsregel ondersteuning bij opgroeien en participeren, wonen en verblijf 2019