Lid 1
Een periodieke salarisverhoging wordt voor de eerste keer met ingang van 1 januari na de datum van indiensttreding toegekend. Het tijdstip waarop een periodieke salarisverhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd als daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.
Lid 2
In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel vindt bij indiensttreding of inpassing in een hogere salarisschaal op of na 1 oktober, per 1 januari daaropvolgend geen periodieke salarisverhoging plaats.
Lid 3
Een afwezigheid wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR-UWO is niet van invloed op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen.
Lid 4
Het college kan de medewerker die bovengemiddeld of uitstekend functioneert een extra periodieke salarisverhoging toekennen.