Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 en een toestemming als bedoeld in het tweede lid van dit artikel worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag:

a.. strijd bestaat met de in artikel 8 genoemde aantallen of de in artikel 9 opgenomen maatvoering;

b.. strijd bestaat met het omgevingsplan;

c.. strijd bestaat met het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne;

d.. strijd bestaat met het belang en aanzien van de gemeente en de redelijke eisen van welstand als genoemd in de gemeentelijke welstandsnota;

e.. strijd bestaat met het belang van het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water;

f.. strijd bestaat met het belang van het beheer en het onderhoud van het openbaar water.