Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. GAR:
de Gemeentelijke Arbeidsvoorwaardenregeling, zoals vastgelegd en nadien gewijzigd in de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), alsmede de lokaal vastgestelde rechtspositieregelingen;
b. medewerker:
de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder a, van de GAR en de werknemer waarmee ingevolge artikel 2:5 van de GAR een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan;
c. feitelijke arbeidsduur per dag:
de arbeidsduur zoals die (volgens rooster) voor de medewerker voor een bepaalde dag is vastgesteld;
d. feitelijke arbeidsduur per week:
de arbeidsduur zoals die (volgens rooster) voor de medewerker voor een bepaalde week is vastgesteld;
e. formele arbeidsduur per week:
de arbeidsduur volgens de aanstelling;
f. variabele werktijden:
werktijden waarbij de aanvangs- en eindtijd niet vooraf zijn vastgelegd;
g. dagvenster:
de uren waarbinnen variabel gewerkt kan worden, zoals bedoeld in artikel 4:2, eerste en tweede lid, van de GAR. Het dagvenster loopt van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 en 22.00 uur;
h. volledige betrekking:
de volledige betrekking zoals bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder k, van de GAR;
i. contacttijden:
vaste tijdsblokken die de leidinggevende kan aanwijzen en waarop de medewerker aanwezig, beschikbaar of bereikbaar moet zijn;
j. adequate bezetting:
een zodanige bezetting van een afdeling of een team dat bedrijfsvoering op het gewenste kwaliteitsniveau is verzekerd. De adequate bezetting wordt in het concern-, afdelings- of teamplan vastgelegd;
k. brugdag:
een dag die ligt tussen twee dagen waarop geen arbeid wordt verricht, jaarlijks door het college vast te stellen in overleg met de Ondernemingsraad.