Lid 1
Iedere medewerker heeft om het bepaalde in artikel 3 te realiseren in beginsel de mogelijkheid zijn eigen werktijden te kiezen, met inachtneming van het dienstbelang. Verschillende varianten in werktijden zijn mogelijk, te weten:
a. 4 werkdagen van 9 uur per week;
b. 4 werkdagen van 8 uur en 1 werkdag van 4 uur per week;
c. 5 werkdagen van 7,2 uur per week;
d. 5 werkdagen van 8 uur in de ene week, gevolgd door 4 werkdagen van 8 uur in de volgende week;
e. 5 werkdagen van 8 uur met op jaarbasis 202,6 ingeroosterde compensatie-uren, waarbij rekening moet worden gehouden met de in sub f genoemde bepalingen;
f. 5 werkdagen van 8 uur met op jaarbasis 202,6 compensatie-uren. Deze kunnen uitsluitend in het lopende jaar vrij opgenomen worden. Daarnaast worden ze ook gebruikt voor de collectieve sluitingsdagen. Wanneer bij het begin van het volgende jaar niet aan deze verplichting is voldaan, worden ze geacht te zijn opgenomen.
Bij gehele en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wegens ziekte langer dan 30 kalenderdagen wordt geacht, dat vanaf dat tijdstip en zolang de situatie zich voordoet, de arbeidsduur 36 uur per week (7,2 uur per werkdag) bedraagt, als gevolg waarvan de opbouw van compensatie-uren wordt gestaakt;
g. seizoensgebonden tijden, afhankelijk van het bedrijfsproces bijvoorbeeld ’s zomers 42 uur gemiddeld per week en ’s winters 30 uur per week.
Uitgangspunt is dat voor een optimale interne en externe dienstverlening, de gemeente goed bereikbaar is. De leidinggevende bepaalt voor de afdeling of het team de normen voor een adequate bezetting. Dienstonderdelen met openingstijden voor het publiek dienen gedurende de daarvoor vastgestelde openingstijden, zodanig bezet te zijn dat de dienstverlening is gewaarborgd. De gekozen variant geldt voor de periode van één jaar, tenzij de omstandigheden welke tot die keuze heeft geleid zijn gewijzigd.
Lid 2
In overleg met de leidinggevende wordt de werktijdenvariant vastgesteld.