Lid 1
De medewerker is, wanneer de aard van de werkzaamheden dit toelaat, zoveel mogelijk werkzaam volgens het systeem van variabele werktijden.
Lid 2
Onder variabele werktijden wordt verstaan: de mogelijkheid van de medewerker om in overleg met de leidinggevende, binnen bepaalde grenzen, het tijdstip van aanvang en beëindiging, alsmede de duur van de werkzaamheden, zelf te bepalen.
Lid 3
De werkzaamheden van de medewerker worden, ingevolge artikel 4:2, eerste en tweede lid, van de GAR, verricht op tijden binnen het dagvenster. Het dagvenster loopt van maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 en 22:00 uur.
Lid 4
De werktijden van de medewerker die geen gebruik maakt van het systeem van variabele werktijden, worden bepaald door het college met inachtneming van het gestelde in deze regeling.