Het Treasurystatuut kan beschouwd worden als een nadere uitwerking van de geldende wetgeving en interne regelgeving.
Bij de opstelling van dit statuut is rekening gehouden met het relevante wettelijke kader in de Gemeentewet, de (herziene) Wet financiering decentrale overheden (FIDO), het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten en de financiële verordening ex art 212 Gemeentewet en de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Wet Ruddo). Nieuw hierin is het verplicht schatkistbankieren dat met ingang van 15 december 2013 is ingevoerd en het besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden. Hierdoor mogen overtollige liquide middelen die niet onmiddellijk nodig zijn voor het uitoefenen van de publieke taak alleen in rekening courant en /of via deposito’s bij de schatkist of bij andere decentrale overheden worden aangehouden.