1. Er is een algemeen directeur, die door het algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen.
2. De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies, bedoeld in artikel 2.11 en 2.12, bij in de uitoefening van hun taken. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de algemeen directeur.
3. Het algemeen bestuur kan een instructie vaststellen voor de algemeen directeur.
4. De bepalingen van de gemeentewet betreffende de gemeentesecretaris zijn zo veel als mogelijk van toepassing op de algemeen directeur.
HOOFDSTUK 2: › Paragraaf
Artikel 2.13
Algemeen directeur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht