• - De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
  • - De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.
  • - Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt er (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiging uit) de raad, de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, de griffier, de (concern-)controller en het hoofd financiën.