Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Tekortschieten in de naleving van arbeids- en reïntegratieverplichtingen of door eigen toedoen niet behouden van arbeid

Onderdeel van Handhavings- en afstemmingsverordening inkomensvoorzieningen gemeente Amstelveen

1.. De inkomensvoorziening wordt afgestemd op de mate waarin de belanghebbende tekortschiet in de naleving van diens verplichtingen op grond van artikel 9 van de WWB, artikel 37 van de IOAW/IOAZ of aanvullende plichten gericht op arbeidsinschakeling op grond van artikel 55 van de WWB. De gedragingen van belanghebbenden waardoor de reïntegratieverplichtingen niet of onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in verschillende categorieën. De onderscheiden categorieën zijn: Eerste categorie: het zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het UWV (artikel 30c van de wet SUWI) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; Tweede categorie: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden, waaronder begrepen het zo nodig trachten kinderopvang te organiseren, het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, waaronder ook een medisch of psychologisch onderzoek; Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren, het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de WWB, waaronder begrepen sociale activering en de inburgeringplicht op grond van de WIN; Vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, het door eigen toedoen niet behouden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. 2.. Onverminderd artikel 2, tweede lid vindt afstemming plaats door het verlagen van de inkomensvoorziening volgens het bij die categorie geldende percentage van de inkomensvoorzieningsnorm. Deze percentages zijn: vijf procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie; tien procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de tweede categorie; twintig procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de derde categorie; honderd procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de vierde categorie. 3.. Er is sprake van recidivegedraging indien: in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de inkomensvoorziening wordt afgestemd, reeds een besluit is genomen waarmee de inkomensvoorziening van de belanghebbende is afgestemd, het college kan dan de percentages in lid 2, sub a t/m c en de periode in lid 2 sub d verdubbelen; in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de inkomensvoorziening wordt afgestemd, reeds een afstemming heeft plaatsgevonden vanwege een recidivegedraging, kan het college de inkomensvoorziening verlagen met honderd procent van de inkomensvoorzieningnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste tot en met de derde categorie en kan het college de inkomensvoorziening met honderd procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende drie maanden verlagen bij gedragingen van de vierde categorie. 4.. Met een besluit waarmee de inkomensvoorziening is afgestemd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, vijfde lid. 5.. Het college kan het percentage en de periode in afwijking van het tweede en derde lid vaststellen indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel