Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter en leden van de kamer die de hoorzitting hebben gehouden, vergaderen na de hoorzitting over het aan het college uit te brengen advies. 2.. De voorzitter en leden van de kamer, die de hoorzitting hebben gehouden, houden de behandeling van het bezwaarschrift aan, als zij van oordeel zijn dat zij geen advies kunnen uitbrengen zonder overleg met de overige leden van de kamer. Het overleg met de andere leden van de kamer vindt plaats op een wijze die de voorzitter in het individuele geval geschikt acht en waardoor de termijn van uitstel zo beperkt mogelijk is. 3.. De secretaris stelt de partijen van dit uitstel op de hoogte. Indien mogelijk geeft de voorzitter aan wanneer het advies aan het college zal worden uitgebracht. 4.. De kamer beslist bij meerderheid van stemmen over het advies. De voorzitter beslist indien de stemmen staken. Van minderheidsstandpunten wordt in het advies melding gemaakt als dit wordt verzocht. 5.. Het advies van de kamer is schriftelijk en omvat een gemotiveerd voorstel aan het college over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

Rechtspraak bij dit artikel