De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
behorende tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van het
belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt is de belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze
verordening behorende tarieventabel, verschuldigd voor zoveel
twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar volgens hoofdstuk I verschuldigde
belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
behorende tarieventabel, als er in dat jaar na het afloop van de
belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de bij deze verordening
behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de aankoop van de
in die tabel genoemde gemeentelijke huisvuilzakken.
De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
verordening behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de
aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik
van de bezittingen, werken of inrichtingen.
HOOFDSTUK II:
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening Reinigingsheffingen 2011