De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moet worden betaald in drie gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
maand die volgt op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één
maand later.
In afwijking van het eerste lid wordt, indien het totaalbedrag
van de op één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op
één aanslagbiljet verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00
bedraagt, de belasting betaald in acht gelijke termijnen als de
verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
termijn steeds één maand later.
De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment van de
kennisgeving.
De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
verordening behorende tarieventabel moet worden betaald:
indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het
moment van de kennisgeving;
indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen
één maand na de dagtekening vermeld op de
kennisgeving.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
eerste of het tweede lid gestelde termijnen.