Lid 1
De belanghebbende, aan wie overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk dienstkleding is verstrekt, of die zich deze heeft aangeschaft, is verplicht deze tijdens de voor hen vastgestelde werktijden te dragen, tenzij zulks door de dienstdirecteur niet noodzakelijk of met het oog op het seizoen en de weersgesteldheid ondoenlijk wordt geacht, dan wel het dragen daarvan op medisch advies is verboden;
Lid 2
Het is verboden zonder strikte noodzaak dienstkleding, niet zijnde uniformkleding, buiten de vastgestelde werktijden, de zogenaamde begeeftijd daaronder begrepen, te dragen;
Lid 3
Elke eigenmachtige verandering door belanghebbende in de dienstkleding is verboden;
Lid 4
De dienstkleding moet correct worden gedragen;
Lid 5
De belanghebbende is verantwoordelijk voor de hem verstrekte dienstkleding;
Lid 6
Het is aan de belanghebbende, aan wie overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk uniformpetten of uniformbaretten zijn of kunnen worden verstrekt, verboden tijdens de voor hem vastgestelde werktijden eigen hoofddeksels te dragen;
Lid 7
Met betrekking tot het dragen van uniformkleding kunnen door de dienstdirecteur nadere regels worden gesteld, welke de goedkeuring behoeven van burgemeester en wethouders;
Lid 8
Door of vanwege de dienstdirecteur wordt periodiek de dienstkleding aan inspectie onderworpen.