Lid 1
Het gewone onderhoud, de kleine reparaties en de normale reiniging van dienstkleding geschieden door de zorg en voor rekening van belanghebbende, tenzij de dienstdirecteur op hygiënische gronden anders bepaalt.
Lid 2
Het chemisch reinigen – het impregneren daaronder begrepen – van dienstkleding geschiedt van gemeentewege.
Lid 3
Indien de voorzieningen, als bedoeld in het tweede lid, het gevolg zijn van onvoldoende onderhoud of onachtzaamheid van de belanghebbende, kan deze daarvoor geldelijk aansprakelijk worden gesteld.