Deze verordening verstaat onder:
a. Dienstkleding:
de in hoofdstuk kledingverstrekking genoemde kledingstukken, deel uitmakende van uniform- en bedrijfskleding, alsmede de door de dienstdirecteur aangewezen verstrekkingen als inventarisgoed;
b. Uniformkleding:
de van dienstonderscheidingen, uitmonstering of rangonderscheidingen voorziene kleding;
c. Bedrijfskleding:
de in hoofdstuk kledingverstrekking genoemde kledingstukken niet zijnde uniformkleding, welke bestemd zijn te worden gedragen in de uitoefening van de dienst en die als zodanig, voor zover mogelijk zijn gemerkt;
d. Inventarisgoederen:
de ter bescherming van eigen burgerkleding, bedrijfskleding en / of vanwege de gezondheid als zodanig door de dienstdirecteur aangewezen kleding- en uitrustingstukken, waarvan een beperkt aantal aanwezig zijn in de werkplaats of op het terrein, waar de werkzaamheden worden verricht en welke worden gedragen door personen, die het werk verrichten;
e. Kostprijs:
de aanschaffingsprijs, welke al dan niet bij gelijktijdige aanschaffing van grote hoeveelheden per kledingstuk bij de leverancier moet worden betaald.