Lid 1
De verstrekkingen, als bedoeld in artikel 3, zijn vermeld in het door burgemeester en wethouders vast te stellen regeling, dat geen bepalingen mag bevatten in strijd met deze verordening;
Lid 2
De verstrekkingen vinden plaats in de vorm van persoonlijke dienstkleding;
Lid 3
In bijzondere gevallen kan, zulks naar het oordeel van burgemeester en wethouders, bedrijfskleding worden verstrekt in de vorm van inventarisgoederen.