Lid 1
Aan belanghebbenden, wier functie is vermeld in hoofdstuk kledingverstrekking, kan van gemeentewege ten behoeve van de uitoefening van hun dienst dienstkleding worden verstrekt tot maximaal de omvang en de aantallen als is aangegeven in het hoofdstuk kledingverstrekking, met vermelding van de minimum draagtijden;
Lid 2
De in het eerste lid bedoelde verstrekkingen zijn beperkt tot hen:
a. Wier burgerkleding als gevolg van de te verrichten werkzaamheden aan meer dan normale slijtage onderhevig is;
b. Wier functie een zodanig representatief karakter draagt, dat aan hun kleding bijzondere eisen moeten worden gesteld;
c. Die de werkzaamheden, waarmede zij zijn belast, met het oog op hun gezondheid niet kunnen verrichten anders dan met extra beschermende kledingstukken, één en ander met dien verstande, dat geen bedrijfs- of uniformkleding wordt verstrekt aan hen, die belast zijn met werk van kennelijk tijdelijk karakter of van wie kan worden aangenomen, dat zij op korte termijn de dienst zullen verlaten.
Lid 3
De beslissing of een situatie aanwezig is, als bedoeld in het tweede lid, en op die grond tot gehele of gedeeltelijke verstrekking, als bedoeld in het eerste lid, kan worden overgegaan, berust bij burgemeester en wethouders.