Lid 1
Het minimum draagtijden, als vermeld in het hoofdstuk kledingverstrekking, gaan in op de datum, waarop de dienstkleding door de belanghebbende is aanvaard;
Lid 2
Dienstkleding wordt door de belanghebbende geacht te zijn aanvaard, zodra deze een daartoe bestemd bewijs van ontvangst heeft getekend;
Lid 3
Veranderingen in een eenmaal aanvaarde dienstkleding geschieden voor rekening van de belanghebbende, behalve in de gevallen, waarin gewijzigde lichaamsafmetingen oorzaak zijn van het niet meer passen;