Lid 1
Indien de belanghebbende gedurende tenminste drie maanden om gezondheids- of andere redenen niet werkelijk dienst heeft gedaan, wordt de minimum draagtijd van de hem verstrekte dienstkleding verlengd met de niet in werkelijke dienst doorgebracht tijd;
Lid 2
Indien na het verstrijken van de minimum draagtijd de dienstdirecteur blijkens inspectie of na gedaan verzoek van de belanghebbende vervanging van dienstkleding nog niet noodzakelijk acht op grond van de omstandigheid, dat het betreffende kledingstuk nog in behoorlijke staat van bruikbaarheid en netheid verkeert, zal de draagtijd van dat kledingstuk met twaalf maanden worden verlengd;
Lid 3
Bij de toepassing van dit artikel is de belanghebbende voor de duur van de in voorgaande leden genoemde termijn van verlenging geen bijdrage verschuldigd.