De precariobelasting moet worden voldaan binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet of kennisgeving.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de in artikel 7, lid 2 bedoelde kennisgeving worden betaald op het tijdstip van uitreiking.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt voor de belasting geheven op grond van artikel 5.2.1 en 5.2.2 van de tarieventabel behorende bij deze verordening, dat ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso, de aanslag moet worden betaald in maximaal vier termijnen. Als betaaltermijnen worden de volgende data aangemerkt: 31 maart, 30 mei, 31 juli en 30 oktober van het kalenderjaar waarbinnen de aanslag is gedagtekend. Indien de aanslag in de loop van het kalenderjaar wordt opgelegd gelden alleen die betaaltermijnen die nog resten in het kalenderjaar. Tenzij geen betaaltermijn meer rest, dan wordt de termijn zoals benoemd in het eerste lid van dit artikel toegepast.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019 (Verordening Precariobelasting 2019)