Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019 (Verordening Precariobelasting 2019)

De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, kan op verzoek van de belastingplichtige ontheffing worden verleend over zoveel maanden als na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. De precariobelasting wordt niet geheven wanneer het belastingbedrag minder dan € 5,00 bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel