De “Liggeldverordening 2018” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.
4. Deze verordening wordt aangehaald als de“Liggeldverordening 2019”.
Artikelgewijze toelichting
Artikel 1Belastbaar feit
De gemeente heeft als eigenaar van de veerdam te maken met de kosten van onderhoud. Daarnaast vinden ten behoeve van (plezier)vaartuigen die aan de veerdam afmeren baggerwerkzaamheden plaats. Door deze vaartuigen liggeld te laten betalen, kunnen onderhoudskosten aan de veerdam, bijkomende baggerkosten en dergelijke voor een deel worden gedekt.
Artikel 2Begripsomschrijvingen
Onder een “vaartuig” wordt verstaan elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen, of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, zomede elk drijvend lichaam ten dienste van de exploratie of exploitatie van olie- en gasvelden of het winnen van mineralen in de waterbodem.
(Volgens Nationale Havenraad: elk drijvend lichaam dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water of voor het dragen van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmaken).
De omschrijving zoals die nu in artikel 2 staat vermeld is voldoende en dekt de typen vaartuigen die worden bedoeld om voor liggeld in aanmerking te komen.
Met “veerdam” wordt bedoeld de veerdam in Nes en de zogenoemde losstoep in de Ballumerbocht te Ballum.
Met “ligplaats” wordt bedoeld de veerdam.
De “afmeerplaats” is dezelfde plaats als genoemd bij “ligplaats”. Met “tijdelijk” wordt hier bedoeld om bijvoorbeeld te kunnen laden en lossen. Dit kan gedurende het hele jaar zijn.
De vierkante meters wordt bepaald door de langste lengte te nemen en waar het schip het breedst is.
De ligplaatsperiode betreft 7 maanden.
Artikel 3Belastingplicht
De belastingplicht ontstaat wanneer een ligplaats of afmeerplaats door de gemeente in gebruik wordt gegeven. Dit artikel geeft een opsomming van de mogelijk belastingplichtige personen. In het geval van deze gebruiksretributie zal dat de feitelijke gebruiker van het schip zijn, in de meeste gevallen: de schipper. Afhankelijk van de situatie en eventuele afspraken die zijn gemaakt, kan het ook voorkomen dat de eigenaar, of de gebruiker (soms charteraar) als belastingplichtige wordt aangemerkt.
Hoewel bij de toelichting op de begrippen “ligplaats” en “afmeerplaats” al is aangegeven waarop wordt gedoeld, wordt, om misverstanden te voorkomen, nog eens expliciet aangegeven dat de reguliere veerdienst Holwerd-Ameland (Wagenborg, via veerboten, watertaxi’s, sneldiensten, etc.) niet in de heffing wordt betrokken.
Artikel 4Maatstaf van heffing
Omdat de ruimte die door een vaartuig wordt ingenomen bepalend wordt geacht voor de hoogte van het liggeld, zijn de afmetingen van het vaartuig medebepalend voor de berekening. Om complexe rekenmethodieken te vermijden, is gekozen voor een praktische maatstaf van heffing, namelijk de lengte x de breedte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters.
Artikel 5Tarieven
Eerste lid
Bij “ligplaats” is het tarief per vierkante meter per ligplaatsperiode in een kalenderjaar.
Tweede lid
Bij “afmeerplaats” geldt een tarief per vierkante meter per keer dat wordt afgemeerd. Om de verordening eenvoudig en werkbaar te maken, is er voor gekozen om meerdere keren aan- en afmeren binnen 24 uur te tellen als “één keer”. Eén periode van afmeren duurt daarbij maximaal 24 uur; wanneer er langer wordt afgemeerd, is er sprake van meerdere keren afmeren.
Derde lid
Over de te factureren bedragen wordt BTW in rekening gebracht.
Artikel 6Wijze van heffing
Wanneer een vaartuig wil afmeren aan de veerdam, is toestemming van de gemeente nodig. Vaartuigen met een vaste ligplaats krijgen jaarlijks een ontheffing van de gemeente. Het gaat hier om een aantal Amelander (rondvaart)bedrijven.
De toestemming voor het afmeren aan een afmeerplaats, kan mondeling of schriftelijk worden verleend, afhankelijk van het tijdstip van aanvragen (dus ook een ontheffing).
Op basis van de juiste gegevens legt de gemeente Ameland een aanslag op aan de belastingplichtige.
Artikel 7Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
Eerste lid
De belasting voor een ligplaats is verschuldigd bij het begin van de ligplaatsperiode, die loopt van april tot en met oktober van een jaar. Daarmee ontstaat de materiële belastingschuld al bij het begin van deze periode en kan daarna worden geformaliseerd.
Tweede en derde lid
In de leden twee en drie zijn regels gegeven die betrekking hebben op wijzigingen gedurende het kalenderjaar in de belastingplicht. Er is gekozen voor een tijdsevenredige herleiding per maand, waarbij gedeelten van een maand wel worden betrokken in de heffing. Omdat de volledige ligplaatsperiode zeven maanden duurt, geldt voor een periode van bijvoorbeeld 15 mei tot 15 oktober een berekening naar 6/7e deel van het bedrag voor de gehele periode (mei en oktober tellen volledig mee).
Artikel 8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten
De rechten voor een afmeerplaats zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening, oftewel wanneer kan worden beschikt over de afmeerplaats. Op dat moment kan een aanslag worden opgelegd.
Artikel 9Termijnen van betaling
De aanslagen voor ligplaatsen en afmeerplaatsen dienen te worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening.
Artikel 12Overgangsbepaling
De gemeente heeft een bepaalde vrijheid wat betreft de wijze van de berekening van de hoogte van de leges. Tot 1 januari 2017 werd deze bepaald aan de hand van de lengte van het schip in strekkende meters. De hoogte van de leges wordt berekend naar aanleiding van de hoogte van de kosten voor het baggeren. Omdat de breedte van een schip van invloed is op de te baggeren oppervlakte, is besloten dat een berekening van de hoogte van leges op basis van de m² van een vaartuig, een betere methode is. Ontheffinghouders met een ontheffing uitgegeven voor 2017 kunnen een beroep blijven doen op de heffing per strekkende meter van het vaartuig. Indien echter de ontheffinghouder wijzigt danwel het schip wijzigt, waardoor een nieuwe ontheffing moet worden verstrekt, vervalt dit recht.
Artikel 13
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van liggeld 2019