In deze verordening wordt verstaan onder:

a. vaartuigen:

alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen gebezigd worden, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water.

b. veerdam:

de veerdam te Nes en de losstoep in Ballum.

c. ligplaats:

ligplaats die voor een periode van minimaal vier maanden in gebruik wordt gegeven.

d. afmeerplaats:

plaats waar tijdelijk, voor laden en lossen, met een vaartuig kan worden afgemeerd.

e. vierkante meter:

de lengte over alles en de grootste breedte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters.

f. ligplaatsperiode:

de jaarlijkse periode van 1 april tot 1 november.