Deze verordening verstaat onder:
wet : Destructiewet;
directeur : directeur van kring 9 van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, vastgesteld bij besluit van de staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 20 maart 1984 nr. J7845 (Stcrt. 62), zoals dit besluit nadien is of zal worden vastgesteld;
aangifteplichtige : degene, die als eigenaar of houder van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen;
ondernemer : de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een vergunning, als bedoeld in artikel 5 van de wet, is verleend en in wiens krachtens artikel 10 van de wet vastgestelde gebied de gemeente is gelegen;
destructor : inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het door verwerking onschadelijk maken van destructiemateriaal, voor welke aan de ondernemer een vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 5 van de wet;
destructiemateriaal : materiaal van dierlijke herkomst, bedoeld in artikel 2 van de wet;
destructiemateriaal A : doodgeboren slachtdieren, alsmede gestorven of in nood gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier, zonder dat een nader onderzoek ingevolge de Vleeskeuringswet plaats heeft gevonden;
destructiemateriaal B : destructiemateriaal, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, f en h, van de wet;
destructiemateriaal C : materiaal van dierlijke herkomst, dat na een nader onderzoek ingevolge de Vleeskeuringswet voor destructie bestemd is en zich tot het tijdstip van ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van de directeur bevindt.
Paragraaf 2Aangifte, vervoer en bewaring door de aangifteplichtige